Tijdige opsporing beschermt tegen baarmoederhalskanker

Gepubliceerd op  woensdag 21 jan 2026 om 12:00 uur
Baarmoederhalskanker is vaak goed te voorkomen dankzij tijdige opsporing. Daarom is het belangrijk om van je 25ste tot en met je 64ste regelmatig een uitstrijkje te laten nemen.

Met een uitstrijkje kan baarmoederhalskanker vroeg worden opgespoord. Ook eventuele voorstadia worden via deze test ontdekt, nog vóór de ziekte zich verder ontwikkelt. In dat geval is er nog geen sprake van kanker en volstaat meestal een eenvoudige behandeling om te voorkomen dat baarmoederhalskanker ontstaat.

Hoe vaak laat je een uitstrijkje nemen?

De frequentie van het uitstrijkje hangt af van je leeftijd:

  • Tussen 25 en 29 jaar: elke drie jaar

  • Tussen 30 en 64 jaar: elke vijf jaar

Je ontvangt hiervoor automatisch een uitnodiging van het Centrum voor Kankeropsporing.

Hoe verloopt het onderzoek?

Je maakt een afspraak bij een arts naar keuze.
De afname van het uitstrijkje verloopt op dezelfde manier, ongeacht je leeftijd.

In het labo wordt het staal onderzocht:

  • bij jongere vrouwen op afwijkende cellen

  • bij vrouwen vanaf 30 jaar op de aanwezigheid van HPV

Meer informatie

Wil je meer weten over het bevolkingsonderzoek naar baarmoederhalskanker?

Heb je vragen over je persoonlijke medische situatie? Bespreek dit dan met je huisarts of gynaecoloog.

Thema's

Naar top